Help! Nederlanders in het dorp.

Binnen de kortste keren worden we uitbundig aangesproken op wie we zijn, wat we hier doen, etc. Ondanks onze terugdeinzende afstandelijke toon, is er een verbintenis ontstaan, puur op basis van onze gelijke nationaliteit, die de ander het recht geeft binnen te dringen in onze persoonlijke levenssfeer. Zeer irritant, kan ik je verzekeren. Een paar weken later komen diezelfde mensen ons privé terrein van Villa Dio Petres oplopen met een joviaal bedoelde tekst ‘we willen nou wel eens zien hoe jullie hier bezig zijn’. Heel griezelig.
We hadden geen idee wie die mensen zijn. Dat wil je dan ook het liefste zeggen: ‘Gaat u weg, alstublieft. Ik ken u niet’. Maar ja, dat doe je niet zo gauw.

Als wij in dat restaurant Duits of Engels hadden gesproken, zouden we nooit door deze mensen geclaimd zijn. Het contact berust dus puur op het bezit van eenzelfde paspoort.

‘Nu we er toch zijn, konden we natuurlijk niet aan jullie voorbij gaan’. Ook zoiets. De verwijdering (3,5 uur vliegen) van het vaderland, roept een sociale plicht op om je landgenoten te verblijden met een bezoek. En dan heb ik het natuurlijk niet over familie of vrienden die we dolgraag over de vloer hebben. Nee, vage kennissen doen dat ook. Soms met koffer en al.

Is dat nou naïef, dom, of onbeleefd? Zouden die mensen denken dat wij in deze Griekse wildernis hunkeren naar een Nederlands gesprek of een oud-Hollands dansje? Vergelijkbaar met mensen die voor ons drop, hagelslag of zelfs brood willen meenemen. Dat hoort ook bij dat verbond. Zouden ze denken dat wij tegen onze zin verbannen zijn naar een ander land? Natuurlijk zit er iets super vriendelijks en aardigs in die drang. Maar wij hebben er voor gekozen om hier ons bedrijf en ons leven op te bouwen.

Of moeten we iedere Nederlander toch maar verwelkomen als vriend...?